Doos met eieren
Als verpleegkundige in het Franciscus Hospice kwam ik dagelijks in aanraking met palliatieve terminale zorg. Deze zorg wordt door het team van Thuiszorg midden Limburg (TmL) samen met de vrijwilligers van de stichting Eerbied voor het Leven (EvhL) gegeven.
Het hospice is een wervelend en praktijkgericht huis waar een warme en liefdevolle sfeer hangt. Waar de terminale mens op zijn eigen unieke wijze mag overlijden. Werk wat mij nederig en dienstbaar maakt en wat mijn groeiproces verdiept.
In deze column schrijf ik over een ervaring van huiselijk geweld in de thuissituatie.
In 1985 werkte ik, via een particulier bureau, bij een jonge vrouw van 40 jaar. Zij had borstkanker en was terminaal. Bij de eerste ontmoeting zei ze; ‘ik heet Ans en ik wil dat je mij geen mevrouw noemt. Ik voel me meer geaccepteerd als jij me Ans noemt.’ Ans was veel alleen. Haar zus die in de buurt woonde kwam vaak binnen lopen. De man van Ans die een bedrijf aan huis had wilde en kon haar niet verzorgen. Haar man dronk en zoals Ans aangaf kon hij vrij agressief reageren. Ik hoorde hem de hele nacht stommelen en luid en boos praten. ‘Laat hem maar, dit is een gedrag wat al jaren is. Laten wij praten over de dingen die mijn interesse hebben. Hem bereiken én met hem praten heb ik al jaren geleden laten varen.‘
In de weken die volgden ging Ans stabiel achteruit. Als de zus van Ans kwam, schreeuwde hij dat ze weg moest gaan. Zus keek hem strak aan en zei dat ze bleef. Dan draaide hij zich om en liep weg zonder iets te zeggen. De spanning was voelbaar aanwezig. Regelmatig rende hij s ‘avonds de trap af en zwaaide met een revolver. Schreeuwend liep hij dan door het huis. Het was net alsof hij ons niet zag. Wij waren dan muisstil. Mijn hart klopte in mijn keel en ik voelde de angst omhoog kruipen. De huisarts was volledig op de hoogte wat er speelde. Ans en ik hadden een aantal gesprekken met deze man. Ans wilde niet naar het ziekenhuis. Zij wilde thuis sterven ondanks alles wat er gebeurde. Ook mijn werkgever was op de hoogte.
De laatste weken weigerde de man van Ans bij haar aan bed te komen. Op een avond kreeg ik contact met hem. Ik vroeg hem of hij gewaarschuwd wilde worden als zijn vrouw ging sterven. Hij begon te huilen en zei:’ja, ik wil er bij zijn’.‘In de nacht ook’? ‘Ja, ja, dan ook’
De dagen voor haar dood waren een aaneen schakeling van gebeurtenissen. De laatste avond toen ik om 23.00 uur kwam reageerde Ans niet op prikkels en geluid. In overleg met haar man besloot ik de zus en zwager te bellen. Zodra zij binnen waren pakte hij echter een doos met eieren. Zus en zwager werden ermee bekogeld. Gelukkig kwamen er ook eieren tegen de deurpost aan of vlogen langs hen heen. Ik keek vol verbijstering toe. Er werd van beide kanten geschreeuwd en gevloekt. Daarna droop de familie letterlijk en figuurlijk af. Als het niet zo intens trieste situatie was zou ik in de lach geschoten zijn.
Zonder iets te zeggen liep hij naar boven. Ik liep naar het bed van Ans en zag dat zij stervende was. Wat nu? Naar boven gaan zoals afgesproken was? Na diep doorgeademd te hebben ben ik naar hem toegegaan en gevraagd of hij bij zijn stervende vrouw wilde zijn. Huilend greep hij zijn revolver en rende naar beneden. Ging naar zijn bedrijf en zette het alarm aan. Het geluid ging door merg en been. Ik riep naar hem ‘Zet het alarm af!’ Hij hoorde me niet. Ik was geschokt en even wist ik niet wat te doen. Het voelde heel dubbel. Het was alsof in een nachtmerrie was beland.
Op dat moment besloot ik naar zijn vrouw te gaan. Ik ben bij haar gaan zitten en pakte haar hand vast. Hoelang het duurde voordat Ans langzaam weggleed uit dit leven weet ik niet meer. Ik zag alleen haar glimlach en de rust die zij uitstraalde. Op de achtergrond het harde geluid van het alarm. Ineens was de kamer vol met mensen. Politie, brandweer. Ik keek naar buiten en de straat stond zwart van de mensen. Het was 2.00 uur in de nacht. Het was een merkwaardige, bizarre situatie. Ik belde de huisarts. Het lukte de huisarts nauwelijks om de man van Ans te kalmeren. Hij bleef zwaaien met zijn revolver. Na veel praten met politie en huisarts gaf hij zijn revolver af. De brandweer had intussen het alarm afgezet en er heerste een onnatuurlijke stilte. De begrafenisondernemer werd gebeld en Ans werd meteen naar het mortuarium gebracht. De ambulance kwam. De man kreeg een rustgevende prik en werd naar het ziekenhuis gebracht. Na een uur was alles voorbij. Het huis werd onder toezicht van de politie afgesloten. Het was 3.30 uur. Daar stond ik dan met mijn fiets. Ik voelde me erg alleen. Het was niet ver naar mijn huis, een kleine 20 minuten. Wel voldoende om in de stilte van de nacht alles van me af te laten glijden. Thuis maakte ik mijn man wakker. Het voelde goed om deze ervaring met een aandachtig luisterend mens te delen.