Baby Najh, mijn adoptie kindje

engelen 11Als wijkverpleegkundige kom ik bijna dagelijks in aanraking met palliatieve terminale zorg.  Deze zorg heb ik ook een aantal maanden in Cambodja mogen ervaren. In de morgen op pad met mijn Cambodjaanse tolk in de ‘home care’ en na de middag in het weeshuis waar baby’s en kinderen tot 4 jaar waren ondergebracht. Daar zag ik baby Najh in een klein bedje liggen. Het was liefde op het eerste gezicht

Het was in de tijd na de eerste verkiezingen na de val van Pol  Pot.Er heerste anarchie en corruptie en het leven was één grote chaos. Zieken moesten eerst betalen voordat zij werden behandeld. Als er geen geld was werden ze door de Cambodjaanse artsen weggestuurd. Tegelijkertijd werden in Phnom Penh pogingen gedaan om buitenlandse ziekenhuizen op te zetten waar alle Cambodjanen welkom waren. Vanuit een Non-Government Organisation (NGO) had Jan (mijn man die in Cambodja voor de VN werkte) een zekere Billy ontmoet. Deze Billy haalde mij elke morgen met zijn motor op en bracht mij daar waar ik zijn wilde. Op deze manier leerde ik het weeshuis kennen. De moeder van Najh was na de geboorte van Najh overleden en de vader tijdens de zwangerschap. Najh had aids, net als zijn ouders. Baby Najh was 2000 gram en twee maanden oud. Hij lag in foetus houding. Heel klein en met een doorschijnende huid. Hij reageerde niet toen ik hem optilde. Elke middag kreeg  Najh een flesje voeding van mij.

De rustpauzes tijdens het drinken waren lang. Ik zat uren wiegend en zachtjes neuriënd op de waranda, tussen de buitenlandse adoptie ouders die een gezond kind mee naar huis namen. We wilden Najh graag adopteren. Ik wist ook van de ambassadeur dat een aids kindje geen papieren kreeg voor adoptie. Vaak kreeg ik de neiging Najh onder mijn kleren te verbergen en mee te nemen. Zo machteloos voelde ik me. Het weeshuis deed niets. Najh zou toch overlijden en ze wezen steeds naar de gezonde baby’s. Najh verzorgde en koesterde ik als een eigen kind. Na een paar dagen ontvouwde Najh zich en keek me aan met een glimlach. Het was een wonder en ik was diep geraakt. Vanaf die dag onthaalde Najh me met een brede glimlach. Zijn ogen volgden me overal en als hij mijn stem hoorde draaide Najh zich naar me toe. Zijn ogen waren heel groot en er was een enorme wijsheid en droefheid in zijn ogen. Najh huilde niet. Hij keek me alleen aan en soms kreunde hij. Jan en  ik haalden een omslagdoek op de ‘Russische’ markt en een dekentje om Najh te verwarmen. In het weeshuis was weinig. De hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk en de sanitaire voorzieningen nihil. Adoptie ouders kochten kleren en medicijnen. Elk kindje dat geadopteerd werd kreeg een bedelarmbandje. Ook wij kochten een bedelarmband. Elke avond ging om 1700 uur de poort dicht. De kinderen werden in hun bedjes gelegd en om 19.00 uur gingen de verzorgsters slapen. Als ik wegging was het stil in de grote zaal. In de tijd dat ik daar was heb ik bijna geen kind horen huilen..Ze wisten ook niet wat ‘spelen’ en lachen was.

Na een aantal weken gingen Jan en ik een lang weekend naar Siem Reap. De tempels van  Ankhor Wat bezichtigen. Meteen bij terugkomst zijn wij naar het weeshuis gegaan. Najh was er niet. ‘Hospital’ was het enige wat zij zeiden. Welk? Niemand wist het. Jan en ik zijn  twee dagen in de miljoenen stad Phnom Penh op zoek geweest naar Najh. Geen enkel  ziekenhuis kon ons helpen. De meeste lokale huizen met een ,H’ erop bezocht. Niets. Waar was Najh? Uiteindelijk na alle tips en aanwijzingen  nagelopen te hebben werden we door een ‘nurse’ naar een grote poort gebracht. Er stonden militairen met geladen geweer. Hier waren we al vele keren langs gereden. De zijpoort ging open en op de binnenplaats krioelden tientallen moeders met hun kindjes. We gingen het gebouw in. Overal moeders. Op elke verdieping bedjes met baby’s. Het was hartverscheurend om te zien. Al gauw liepen er tientallen moeders met ons mee. Een blanke in dit huis was nog nooit vertoond! Eindelijk zag ik Najh liggen en  ik zag dat hij stervende was. Hij draaide zijn hoofdje toen hij mijn stem hoorde en ik kreeg een stralende glimlach. Ik begon onbedaarlijk te huilen terwijl ik Najh in mijn armen nam. De moeders om me heen begonnen zingend te praten en duwden hun baby’s naar me toe. Op deze manier wilden zij mij troosten! Ik ben uren gebleven samen met Jan en toen werd er gezegd dat we weg moesten gaan. De poort ging dicht. Najh draaide zich nog een keer om en glimlachte. Zijn ogen vol wijsheid die niet van deze wereld was. De volgende dag was Najh er niet meer. De ‘nurse’ haalde de schouders op ‘dead’. Meer niet.

In Cambodja is de dood verweven met het leven. Zij geloven in reïncarnatie en dat weten geeft hun de kracht alles te overwinnen wat  hun overkomt in dit leven.

Gerry Wijdemans.